Toen Oostenrijk in 2008 samen met Zwitserland het EK van dat jaar organiseerde, betekende dat voor het Oostenrijkse voetbalelftal een primeur; Nog nooit namen zij deel aan het Europese toernooi. Op het WK was het een aantal keer aanwezig, waaronder in 1998 toen het een groep met Italië, Chili en Kameroen niet overleefde en vooral opviel omdat het alle drie de doelpunten die zij dat toernooi maakte scoorde in blessuretijd. Met keek dan ook niet raar op dat Oostenrijk ook in eigen land er niet veel van bakte. In een groep met Duitsland, Kroatië en Polen behaalde het één schamel puntje, ironisch genoeg dankzij een strafschop in de 93e minuut tegen Polen. Des te verrassender was de nagenoeg vlekkeloze kwalificatie voor het EK van 2016 in Frankrijk. In een groep met Rusland en Zweden als absolute favorieten domineerde de Oostenrijkers, en wonnen op een gelijkspel in de eerste ronde na alles. Junuzovic, Janko, Harnik, Arnautovic en Bayern München-vedette Alaba geven vorm aan één van de verrassingen van de kwalificatie, wie weet waar hun plafond ligt in de toekomst.

Een thuiswedstrijd van Oostenrijk is één van de enige voetbalwedstrijden die in het Ernst Happel Stadion gespeeld worden. Austria en Rapid, de clubs uit hoofdstad Wenen, hebben hun eigen stadionnetjes waarvan ze slechts uitwijken als ze Europese wedstrijden spelen. Een clubbestemming was dan ook niet de reden voor de bouw van het stadion. De tienjarige verjaardag van de republiek Oostenrijk wel. Tussen 1929 en 1931 werd het Praterstadion gebouwd in het Praterpark, aan de Donau. Het stadion, met een capaciteit van 60,000, werd gebouwd ter viering dat het land een decennia los te zijn van Hongarije, alleen was dit ideaal al snel niets meer waard. In 1938 volgde de Anschluss, en werd Oostenrijk onderdeel van Nazi-Duitsland. In deze periode werd het stadion gebruikt voor militaire doeleinden; van legerbarakken tot een gevangenis van Oostenrijkse joden, wachtend op hun deportatie. Tussen de oorlogsverplichtingen door werden er nog ‘gewoon’ wedstrijden gespeeld. Tijdens de bevrijding werd het Praterstadion meerdere keren gebombardeerd.

Na de oorlog werd de capaciteit flink omhoog gebracht door de plaatsing van een derde ring. De realisatie van zitplaatsen brachten de capaciteit echter al snel weer omlaag, maar niet voordat er in 1960 een toeschouwersrecord kon worden gevestigd; 90.726 mensen kwamen kijken naar de interland Oostenrijk – Spanje (3-0). In 1984 was het volledige stadion voorzien van stoeltjes en overdekt. In de periode na de renovatie was het vaak decor voor een Europese finale; Zo mochten tussen 1987 en 1995 respectievelijk FC Porto, AC Milan, Internazionale en Ajax een Europese Beker winnen in Wenen.

Ernst Happel
In 1992 overleed de meest iconisch Oostenrijk uit de voetbalwereld;  Oud-speler-en trainer Ernst Happel. Happel speelde 51 interlands voor Oostenrijk en werd met Rapid zes keer kampioen van Oostenrijk, alsvorens hij aan zijn nog succesvollere carrière van trainer begon. Hij werd kampioen met Rapid Wien, Club Brugge, Feyenoord en HSV, en won met de laatste twee clubs de Champions League. In 1978 behaalde het Nederlands Elftal met Happel aan het roer de finale van het WK, die het verloor van Videla’s Argentinië. Ter ere van deze lange lijst van dienst werd het Praterstadion na zijn dood omgedoopt tot het Ernst Happel Stadion.

Ernst Happelstadion
Bespeler: Oostenrijkse voetbalelftal
Capaciteit: 
53.008
Geopend:
1931
Verbouwd:
1954, 1981

Topwedstrijden:
1964: Internazionale – Real Madrid 3-1 (Europacup I)
1970: Manchester City – Górnik Zabrze 2-1 (Europacup II)
1987: FC Porto – Bayern München 2-1 (Europacup I)
1990: AC Milan – Benfica 1-0 (Europacup I)
1994: Internazionale – Austria Salzburg 1-0 (UEFA Cup)
1995: Ajax – AC Milan 1-0 (Champions League)
2008: Spanje – Duitsland (EURO 2008)

Advertenties