In 1938, 1960 en 1984 werd er een voetbaleindtoernooi georganiseerd in Frankrijk. Op het wereldkampioenschap van 1938 was het Stade de Colombes gastheer van de finale, tijdens de Europese kampioenschappen van ’60 en ’84 was die eer aan het Parc des Princes. Maar tijden veranderen. Toen Frankrijk in 1992 de organisatie van het WK van 1998 kreeg toegewezen, was één van de voorwaarden van de FIFA dat er een 80.000+ plaatsen tellend stadion aanwezig zal zijn. Een aantal waar het Parc des Princes (47.000) en Vélodrome (60.000) bij lange na niet aan voldeden. Er werd dus besloten een nieuw stadion te bouwen, en wel een nationaal stadion. Plaats van bouwen werd natuurlijk de Franse hoofdstad Parijs, in de voorstad Saint-Denis, op de plaats van een oude gastank.

‘Grande Stade’
Tussen mei 1995 en januari 1998 werd er aan het Grande Stade gebouwd. In januari 1998 opende Frankrijk het stadion met een wedstrijd tegen Spanje. Zinedine Zidane maakte die wedstrijd de eerste goal in het nieuwe stadion, en besliste daarmee ook direct de wedstrijd. Vijf dagen later speelde ook het nationale rugby-team van Frankrijk zijn eerste wedstrijd in het stadion. De stadion-naam zou oorspronkelijk gekozen worden via een uitgeschreven wedstrijd, alleen werd er uiteindelijk gekozen voor de suggestie van de Franse voetballegende Michel Platini, die Stade de France opperde. Zeven maanden na de officiële opening schreven Les Bleus geschiedenis door de WK-finale met 3-0 te winnen van Brazilië, onder meer door twee goals van Zidane.

Het stadionbeeld wordt grotendeels bepaald door het kolossale ellipsvormige dak, die als het ware boven het stadion zweeft.  Het 13.000 ton wegende en 45 miljoen kostende dak wordt gedragen door achttien palen die rondom het stadion geplaatst zijn. Vanuit deze palen vertrekken vier kabels, die weer verbonden zijn met de grond. Onder het dak huizen de drie ringen van het Stade de France, waar zo’n 81,000 mensen op passen. De onderste ring is ingegraven, en kan bovendien bij atletiek evenementen in de tribune worden geschoven. De sintelbaan daaronder kan dan worden gebruikt. Dit gaf het Stade de France onder meer de mogelijkheid om in 2003 het WK Atletiek te organiseren. Als er rugby-of voetbalwedstrijden zijn, kunnen de 31 losse tribunedelen door middel van luchtkussens en rails weer teruggeduwd worden, voor een optimale kijk op het veld.

In haar relatief korte bestaan heeft het Parc des Princes al redelijk wat finales mogen hosten. Naast de WK-finale van 1998 volgde al snel de Champions League-finale. In 2000 won Real Madrid met 3-0 van Valencia, zes jaar later was het FC Barcelona die voor het eerste sinds lange tijd weer de Cup Met De Grote Oren pakte, tegen Arsenal (2-1). En in 2016 was daar de finale van het EK, met thuisland Frankrijk tegenover Portugal. Dit maal geen succes voor Les Blues; de Portugees Eder scoorde in de 109e minuut de enige goal.

Het ontbreken van een vaste bespeler maakt van het Stade de France een uitstekende plek voor stadion-concerten. Onder andere The Rolling Stones, Coldplay, Muse, Madonna, U2, Jay Z en Beyoncé hebben recent opgetreden in het stadion.

Stade de France
Capaciteit:
81.338
Bespeler:
Les Blues
Geopend:
1998

Topwedstrijden:
1998: Frankrijk – Brazilië 3-0 (WK 1998)
2000: Real Madrid – Valencia 3-0  (Champions League)
2006: FC Barcelona – Arsenal FC 2-1 (Champions League)
2016: Portugal – Frankrijk 1-0 (EK 2016)

Advertenties