Een supporter ben je voor het leven. Of je nu bent gevallen voor de clubkleuren, het stadion, of het nu is overgedragen van generatie op generatie of dat je werd betoverd toen je voor het eerst de sfeer in jouw stadion proefde; als je eenmaal verknocht bent aan je club kom je daar niet meer van af. Je volgt je club steeds vaker en op steeds meer manieren. Websites, social media, kranten. Maar de standaard uitvalsbasis blijft toch in het weekend in het stadion. Jouw tempel. Zakenmannen op hun enige vrije dag, studenten die met hun maten bier drinkend op de tribunes of kinderen die zenuwachtig wachten op de eerste glimp van hun grote idool. Alles mengt zich samen in één grote meute die zich richting het stadion begeeft.

De eerste voetbalstadions verschenen aan het eind van de 19e eeuw. In Engeland, de bakermat van het voetbal, worden houten tribunes opgetrokken om het publiek te laten genieten van de voetbalkunsten van de eerste voetbalclubs ter wereld, zoals Sheffield FC, Hallam FC, Cray Wanderers, Worksop Town en Notts County. Door de populariteit van deze volkssport schieten de voetbalclubs uit de grond, en in 1879 ziet in Haarlem de eerste nederlandse club in Nederland het licht: HFC.

Het voetbal groeit en groeit, en al snel heeft elk land wel een eigen competitie. In 1930 organiseert de FIFA, de Internationale Voetbalbond, voor het eerste een wereldkampioenschap voetbal. Achttien landen reizen af naar Uruguay om te strijden om de titel ‘Beste voetballand van de wereld’. Uiteindelijk kroonde Uruguay zich als eerste kampioen. Ook Latijns-Amerika (1916), Azië (1956) en Europa (1960) roepen onderling een kampioen uit via een toernooi. En waar het voetbal groeit, groeien ook de stadions. Om zoveel mogelijk mensen te kunnen laten genieten van het voetbal, worden er steeds grotere stadions gebouwd.

Als het voetbal in de jaren ‘80 op populariteitshoogtepunt zit, met name in Engeland, gaat het flink mis. In een korte periode gaat het een aantal keer fout in een voetbalstadion. In 1985 brandt er een tribune van the Valley Parade in Bradford af, waarbij 56 mensen omkomen. Amper een maand later wordt een combinatie van supportersrellen en de erbarmelijke staat van de Heizel in Brussel 39 mensen fataal. Vier jaar later is een onvergefelijke opeenstapeling van fouten door de instanties er mede de oorzaak aan dat 96 Liverpool-supporters doodgedrukt worden in hun vak in Hillsborough. De stadions, vaak plaats bieden aan grote aantallen supporters door middel van staantribunes, worden steeds gevaarlijkere plekken. Het Taylor-rapport moet daar verandering in brengen. Dit rapport stelt verscherpe eisen aan de veiligheidsnormen van voetbalstadions, wat in de jaren ’90 voor een revolutie zorgde. Clubs waren verplicht alle staantribunes te vervangen door stoeltjes en hekken werden verbannen. De veiligheid keerde terug in de stadions.

Voetbalstadions zijn tegenwoordig niet langer een plaats voor alleen voetbal, maar steeds meer voor randzaken. Winkels, bioscopen, evenementen en reclame-uitingen, voor alles wordt plaats gemaakt. En door de steeds aanscherpende regels betreft veiligheid, besluiten veel clubs om vroeg of laat hun oude stadionnetje waar ze groot zijn geworden te verlaten en te kiezen voor een perfect symmetrische betonbak, vaak aan de rand van de stad. Sommige clubs slaan een slaatje door de naam van hun stadions te verkopen aan een multinational. Dit zorgt ervoor dat de voetbalcultuur langzaam bij de clubs verdwijnt.