Als Portugal in 1999 het Europees Kampioenschap van 2004 aangewezen krijgt, voldoen er in het land vrijwel geeneen stadion aan de eisen die de UEFA stelt aan de stadions voor een eindtoernooi. De Portugese voetbalbond gaat aan de slag en laat in vijf jaar tijd tien nieuwe stadions bouwen. De tweede stad van het land, de wijnstad Oporto, is met twee stadions goed vertegenwoordigd tijdens het toernooi. In de wijk Boavista staat het Estadio do Bessa XXI, aan de oostkant van de stad herrees het stadion voor de Portugese topploeg FC Porto.

FC Porto speelde tot die tijd zijn thuiswedstrijden in het Estadio das Antas, dat slechts enkele honderden meters van de grond voor het nieuwe stadion lag. Het oude stadion deed al sinds 1952 dienst al thuisbasis van Porto, en was de plek waar de club de basis legde voor vele Portugese titels en de Europacup in 1987.

In twee jaar tijd werd het Estadio do Dragão gebouwd, het drakenstadion. Het nieuwe voetbalbolwerk telt 52,000 plaatsen. Deze plaatsen zijn verdeeld over één doorlopende ring, met verhogingen op de lange zijdes. Het dak steunt op deze verhogingen, ondersteund door vier betonnen palen aan de korte zijdes. Rondom het stadion ligt een verhoogde boulevard, waardoor de onderste ring ingegraven lijkt.

Op 16 november 2003 werd het stadion feestelijk geopend met een wedstrijd tussen FC Porto tegen FC Barcelona. Porto, met sterspelers Deco, Ricardo Carvalho en Maniche op het veld en José Mourinho op de bank, wint door goals van Derlei en Hugo Almeida met 2-0. In de 74e minuut maakte het publiek kennis met een klein zestienjarige invaller met lange haren aan de kant van Barcelona. Wie kon toen op de tribunes van Dragão vermoeden dat ze keken naar de toekomstig beste voetballer ter wereld?

Estadio do Dragao
Bespeler: FC Porto
Capaciteit: 
52.000
Geopend:
2003